Gravin Giulietta Guicciardi

Mondscheinsonate, opgedragen aan Gravin Giulietta Guicciardi

 

Woensdag 4 november | 11.30 uur

indien uitverkocht dan ook 14.00 uur

BEETHOVENS JONGE JAREN

muziek Beethoven – Sonate voor piano en cello opus 5 nr. 1 in F, Thema en 7 Variaties over de aria “Bei Männern welche Liebe fühlen” uit Mozarts “Die Zauberflöte” WoO 46, Sonate voor piano en cello opus 5 nr. 2 in

cello Frank Wakelkamp | fortepiano Ursula Dütschler

In mei en-juni 1796 verblijft Beethoven in Berlijn. Hij componeert er voor Jean-Louis Duport de twee cellosonates opus 5 en de Judas Maccabeus-variaties WoO 45 componeert. Duport speelt dan ook première van beide. Uit Beethovens pen vloeien deze twee maanden ook een deel van het Kwintet opus 15, gedeelten van het Derde pianoconcert en een deel van de Eerste symfonie. De eerste uitgave van opus 5 verschijnt in 1797 in Wenen bij Artaria. In 1799 ontmoette Beethoven rondreizend contrabassist Domenico Dragonetti (1763-1846) en speelt met hem de cellosonate opus 5 nr. 2.

Friedrich Wilhelm II (1744-1797), koning van Pruisen sinds 1786, kreeg celloles van de cellist  Jean-Pierre Duport. Hij schijnt zijn instrument met enthousiasme gespeeld te hebben en benoemde in 1786 de in Madrid wonende en werkende cellist en componist Luige Boccherini tot kamercomponist. De koning beloonde Beethovens opus 5 met een kostbaar geschenk.

Zijn zus Wilhelmina was de echtgenote van stadhouder Willem V, die indertijd partij was in de strijd tussen patriotten en Oranjegezinden. Toen de doortastende Wilhelmina, in 1787 op weg van Nijmegen naar Den Haag om een burgeroorlog te voorkomen (of om een beledigend incident in scene te zetten), bij Gouda de doorgang werd belet door de patriotten, vroeg en kreeg zij militaire ondersteuning van haar broer. De patriotten werden snel verdreven, maar velen keerden na de inval van de Fransen in 1795 terug om hun oude functies weer in te nemen.

De mateloze populariteit van Mozarts Die Zauberflöte (1791) veroorzaakte een stortvloed aan bewerkingen en variaties op thema’s uit deze opera. WoO 46, voor het eerst uitgegeven in 1802 door Mollo (Wenen), varieert over een aria voor sopraan (Pamina) en bariton (Papageno):

Pamina: Bey Männern, welche Liebe fühlen, / Fehlt auch ein gutes Herze nicht.
Papageno: Die süssen Triebe mit zu fühlen, / Ist dann der Weiber erste Pflicht.
Beyde: Wir wollen uns der Liebe freu’n, / Wir leben durch die Lieb’ allein.
Pamina: Die Lieb’versüsset jede Plage, / Ihr opfert jede Kreatur.
Papageno: Sie würzet unsre Lebenstage, / Sie wirkt im Kreise der Natur.
Beyde: Ihr hoher Zweck zeigt deutlich an, / Nichts edlers sey, als Weib und Mann.
Mann und Weib, und Weib und Mann, / Reichen an die Götter an.

Johann Georg graaf von Browne (1767-1827) was de zoon van een Ierse veldmaarschalk in het  Russische leger, waarin hij zelf ook diende. In Beethovens eerste jaren in Wenen, van 1798 tot 1803, was hij een van diens belangrijkste begunstigers. Hij gaf Beethoven als dank voor de Variaties WoO 71 (opgedragen aan zijn vrouw) een paard cadeau, dat de componist niet lang in zijn bezit hield en in die tijd maar een paar keer bereed. Beethoven droeg opus 9, 22, 48 en WoO 46 aan hem op. Ook gaf hij opdracht voor drie marsen opus 45. Voor zijn vrouw, gravin Anna Margarete (overleden 1803) schreef Beethoven opus 10, WoO 71 en 76. Een kennis typeerde de graaf als “een wonderlijke man” met vele talenten, maar ook vele zwakheden. Hij verkwistte zijn vermogen, mede aan de Napoleontische oorlogen, en kreeg een zenuwinzinking.

De Mondscheinsonate opus 27 nr. 2, “Sonata quasi una fantasia”, is niet in de gangbare sonatevorm geschreven, maar meer improviserend van karakter. Deze sonate werd het eerst uitgegeven in 1802 bij Cappi te Wenen.

Gravin Giulietta Guicciardi(1784-1856) was rond 1801 een pianoleerlinge van Beethoven. Zij was enige tijd verliefd op hem, en in 1802 droeg hij de Mondscheinsonate aan haar op. In 1803 trouwde ze met graaf Gallenberg, die ook componeerde, en vertrok naar Napels.

Bach – WTC I Prelude en fuga in F groot BWV 856 – Dütschler | Nederlandse Bachvereniging

Ludwig von Beethoven

Friedrich Wilhelm II

Covid-19 gang van zaken

De kerk is open vanaf 20 minuten voor aanvang. Wij verzoeken u om buiten 1,5 meter afstand tot andere bezoekers te houden. Bij de entree van de kerk wordt u welkom geheten door een medewerker die u ondermeer vraagt of u Covid gerelateerde klachten hebt. Indien dat niet het geval is dan wordt u gevraagd uw handen te reinigen met behulp van de aanwezige dispenser. Wij begeleiden u naar uw plaats(en). Uw jas kunt u bij u houden. De plaatsen zijn op minimaal 1,5 meter afstand van die van andere bezoekers. Wij verzoeken u niet rond te gaan lopen. Indien gewenst is op verzoek het toilet beschikbaar. De voorstelling heeft geen pauze. Als u moet niezen, kuchen of hoesten dan verzoeken wij u dit in uw elleboog of zakdoek te doen. Na afloop begeleiden wij u per bezoekersgroepje naar de uitgang. Wij verzoeken u om buiten niet bij de deur te blijven staan als u met andere bezoekers spreekt maar ook dan 1,5 meter afstand te houden.  Als we ons allemaal aan de gewenste gang van zaken houden dan kan iedereen zich veilig voelen en ontspannen.